Een ruime meerderheid van de volwassen Nederlanders denkt dat de opkomst van kunstmatige intelligentie (AI) gevolgen zal hebben voor werkgelegenheid. Uit recent onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) blijkt dat ongeveer drie op de vier volwassenen verwachten dat AI zal leiden tot het verdwijnen van bepaalde banen. Daarnaast voorziet een groot deel van de bevolking dat werknemers kennis en vaardigheden kunnen kwijtraken doordat taken worden overgenomen door technologie.
Verwachting van banenverlies breed gedragen
Het CBS onderzocht hoe Nederlanders aankijken tegen kunstmatige intelligentie en de invloed daarvan op werk en samenleving. Daarbij gaf circa 75 procent van de ondervraagden aan te denken dat AI arbeidsplaatsen zal vervangen of laten verdwijnen.
Het gaat daarbij niet alleen om volledige banen, maar ook om specifieke taken binnen functies. Bijna de helft van de respondenten verwacht dat bepaalde werkzaamheden minder aantrekkelijk of minder uitdagend worden wanneer AI-systemen een deel van het werk overnemen. Dat kan invloed hebben op de inhoud van functies en op de motivatie van werknemers.
Onzekerheid over welke beroepen geraakt worden
Welke beroepen precies zullen veranderen of verdwijnen, is volgens het onderzoek lastig te voorspellen. Technologische ontwikkelingen volgen elkaar snel op en toepassingen van AI worden steeds breder inzetbaar.
Voor de hand liggende voorbeelden zijn administratieve functies waarbij veel herhalende taken voorkomen, zoals gegevensverwerking of standaardrapportages. Ook in de logistiek en mobiliteit worden toepassingen verwacht, bijvoorbeeld door de inzet van zelfrijdende systemen die transportprocessen efficiënter maken.
Daarnaast wordt in de zorgsector gekeken naar ondersteunende technologie, zoals zorgrobots die eenvoudige taken kunnen overnemen. Dat betekent overigens niet automatisch dat volledige functies verdwijnen, maar wel dat werkzaamheden kunnen verschuiven of veranderen.
Zorgen over verlies van vaardigheden
Naast mogelijke gevolgen voor werkgelegenheid maken veel Nederlanders zich zorgen over het behoud van kennis en vaardigheden. Volgens het CBS denkt ongeveer 64 procent van de volwassenen dat werknemers vaardigheden kunnen verliezen wanneer AI steeds meer taken uitvoert.
Het gaat daarbij om uiteenlopende competenties. Denk aan administratieve nauwkeurigheid, schrijf- en typevaardigheid, rekenwerk of programmeerwerk. Wanneer AI-systemen bijvoorbeeld zelfstandig teksten genereren of code schrijven op basis van opdrachten, bestaat het risico dat medewerkers minder vaak zelf oefenen en daardoor minder vaardig worden.
Dit fenomeen wordt ook wel ‘vaardigheidsvervanging’ genoemd: technologie neemt niet alleen het werk over, maar kan er ook voor zorgen dat mensen bepaalde vaardigheden minder ontwikkelen of onderhouden.
Bezorgdheid over maatschappelijke impact
De impact van AI beperkt zich volgens veel Nederlanders niet tot de arbeidsmarkt alleen. Meer dan driekwart van de volwassenen geeft aan zich zorgen te maken over de bredere gevolgen voor de samenleving. Dat kan gaan om onderwerpen als privacy, controle over technologie, ongelijkheid of afhankelijkheid van grote technologiebedrijven.
Tegelijkertijd is het beeld niet uitsluitend negatief. Iets minder dan de helft van de ondervraagden ziet ook kansen. AI zou kunnen helpen bij het oplossen van structurele problemen, zoals personeelstekorten in sectoren waar moeilijk personeel te vinden is. Ook kan technologie bijdragen aan hogere productiviteit, bijvoorbeeld door routinetaken te automatiseren waardoor werknemers zich kunnen richten op complexer werk.
Dubbel beeld: bedreiging én kans
De uitkomsten van het CBS-onderzoek laten zien dat Nederlanders AI zowel als risico als als kans beschouwen. Enerzijds bestaat de vrees voor banenverlies en verschraling van vaardigheden. Anderzijds wordt erkend dat technologische vooruitgang ook oplossingen kan bieden voor economische en maatschappelijke uitdagingen.
Hoe de arbeidsmarkt zich daadwerkelijk zal ontwikkelen, hangt af van meerdere factoren. Denk aan de snelheid waarmee bedrijven AI implementeren, de mate waarin werknemers worden omgeschoold en de manier waarop overheid en onderwijs inspelen op technologische veranderingen.
Historisch gezien hebben eerdere technologische innovaties, zoals automatisering en digitalisering, zowel banen doen verdwijnen als nieuwe functies gecreëerd. De uiteindelijke balans bij AI zal mede afhangen van investeringen in scholing en aanpassingsvermogen van organisaties en werknemers.
Toekomst onzeker, debat volop gaande
De discussie over kunstmatige intelligentie en werk is daarmee nog lang niet afgerond. Terwijl de technologie zich snel ontwikkelt, proberen beleidsmakers, werkgevers en werknemers inzicht te krijgen in de mogelijke gevolgen.
Het CBS-onderzoek laat in elk geval zien dat de verwachtingen onder de bevolking duidelijk zijn: een grote meerderheid houdt rekening met ingrijpende veranderingen op de arbeidsmarkt. Tegelijkertijd blijft de precieze uitwerking onzeker en afhankelijk van toekomstige technologische en maatschappelijke keuzes.






